Fırat Neziroğlu creëert gezichten met zijn unieke weeftechniek

Hij is veelzijdig; naast wever is de Turkse kunstenaar Fırat Neziroğlu (1981) danser en ontwerpt hij kleding. Het ritme, de beweging en het enthousiasme van de dans zijn terug te vinden in zijn techniek. Anatolië, “de wieg van de beschaving” waarvandaan het eerste textiel ter wereld stamt, is zijn geboortegrond. Zijn roots blijken belangrijk, nog steeds maken Anatolische tapijten indruk op hem. 'Instinctief weef ik als de Anatoliërs.'

Tekst: Dorothé Swinkels

Hij creëert gezichten in een unieke, door de jaren heen ontwikkelde inslag-weeftechniek die inmiddels officieel zijn naam draagt. Ze zijn opgebouwd uit veel verschillende weefstructuren, die lijken te zweven op de kettingdraden die hij slechts gedeeltelijk benut.

'In het begin weefde ik zoals iedereen’, vertelt hij, ‘het is arbeidsintensief en terwijl ik weefde maakten mijn vrienden plezier. Dat wilde ik ook. Daarom besloot ik sommige delen blanco/onbeweven te laten omdat ik dan minder hoefde te weven, dat was het begin van de ontwikkeling van mijn eigen techniek en stijl.'

Hij werkt direct, intuïtief, zonder ontwerpen vooraf, schildert als het ware al wevend gezichten op zijn vaak doorschijnende kettingdraden van vislijn die hij niet volledig benut voor het weven. Hij probeert zijn gevoelens over te brengen met de expressie die hij legt in zijn geweven gezichten, hij geeft ze een ziel. Naarmate zijn communicatie met het leven in de loop der jaren sterker werd, begon hij vaker gezichten uit te voeren. Firat is vooral gegrepen door ogen, zijn modellen zijn vrienden, de emoties in hun ogen zijn inspiratie.

"Het weefraam is onderdeel van het totaalbeeld"

‘Ik denk dat oog in oog de weg is naar de zuiverste communicatie’, zegt Firat. Licht, schaduw en ruimte daar gaat het hem om. Het weefsel kan niet van het weefraam afgehaald worden, omdat de draden niet helemaal gebruikt zijn, het raam is onderdeel van het totaalbeeld. Hij stelt zijn werk in het midden van ruimtes tentoon, zo worden de schaduwen van zijn weefsels ook opgenomen in de tentoonstelling. ‘Iedereen die mijn weefsels tegenkomt, komt er oog in oog mee te staan. Ik ben alleen met mezelf tijdens het weven, het is als meditatie. Ook de toeschouwers worden op zichzelf teruggeworpen. Daarom zet ik in tentoonstellingszalen een bankje (om te zitten) voor mijn werk’, aldus Firat.

 

Weven en dansen

En verder legt hij uit: ‘Ik werk zes uur per dag aan het weefraam, 580 tot 600 uur voor een werk van 100 x 100 centimeter. Mijn armen en lijf worden pijnlijk tijdens het weven. Aangezien ik balletdanser ben, doe ik na het weven oefeningen, dat helpt.'

> Naar de website van Firat

> Firat op YouTube

 

Meer

Jackie Hamilton is een dromenborduurder
Haute Bordure: van platsteek naar Frans knoopje
Eva Jospin: Paper Tales
Explosie van textiele materialen bij SOFT
0 items | € 0

Elke week

textielkunst

in je inbox?

Nieuwsbrief