De ambachtelijke hemden van Mieke Werners

‘De eerste coronadagen besteedde ik aan het inventariseren van textieltechnieken en gereedschap verzameld in de loop van mijn leven’, vertelt Mieke Werners (1943). Het leidde tot het plan om deze eeuwenoude technieken te gebruiken in haar nieuwe werk Parade, als lofzang op het textielambacht. Ze vertelt wat de afgelopen periode betekende voor haar beroepspraktijk.

Tekst: Edith Rijnja

De studio van Mieke Werners is onderdeel van een groot bedrijvencomplex. Om risico’s te vermijden, besloot ze thuis te werken. Ze is een meester in het vilten van mensgrote en mensechte personages en installaties. Het eind van dit jaar krijgt ze een overzichtstentoonstelling in Museum De Kantfabriek. Ook Parade zal ze daar tonen. Vier hemden, in elk speelt een andere oude techniek de hoofdrol. Het eerste, een kanten hemd is vrijwel af. Twee andere "staan in de spelden".

“Ik kan rustig de schaar zetten in een gevilte lap”

Wat vond je terug aan technieken?

‘Van alles en nog wat op het gebied van breien, haken, punniken, weven; bijvoorbeeld een stokjesweefraam. Ik ben er lapjes mee gaan weven. Heel ruw. Ik houd van rafels. Wel heb ik er hier en daar gevilte wol in verwerkt. Het is mijn boodschap aan iedereen die met technieken bezig is: experimenteer! Ik kan rustig de schaar zetten in een gevilte lap, voor veel vilters een doodzonde. Ik ben blij dat ik nog les heb gehad van Grethe Neter-Kähler (Bauhausstudent van 1928 tot 1932). Van haar erfde ik het plezier in experimenteren.’

Hoe ga je te werk?

‘Ik leg een nieuwe techniek of combinatie van technieken altijd eerst vast in een vis. Een vis is vrij gemakkelijk te maken. Je kunt er goed in testen wat de sterke en zwakke kanten zijn van een nieuwe werkwijze. De combinatie kant en vilt – ik had in de Kantfabriek oude en nieuwe kant mogen uitzoeken - bleek niet de gemakkelijkste. Kant is vrij hard waardoor je naalden erop breken. Ik besloot met de hand te gaan naaien en slechts ten dele te vilten. Want het mooie van kant is de open structuur. Te veel wol toevoegen maakt dat het kantmotief verdwijnt. In het hemd heb ik slechts enkele delen gevilt om die compacter te maken, zodat het hemd mooi hangt. Het moest zo transparant mogelijk blijven.’

Sinds wanneer gebruik je de vilttechniek?

‘Zo’n twintig jaar geleden ben ik begonnen. Ik ging altijd de Textielplusmarkten af waar ik prachtige materialen vond, zo ook materiaal om te vilten, al wist ik dat toen nog niet. Ik had het totaal anders verwerkt, met verharders. Toen men mij daarop wees kocht ik een boekje over vilten. Vanaf dat moment was ik verkocht en verknocht aan vilttechnieken. Het fijne van de techniek is het tactiele.'

'Eerder maakte ik Hulde, een serie werken bestaande uit tientallen handen omdat ik vond dat textielkunstenaars meer waardering verdienen. Een applaus voor de handen die het werk vervaardigen. Het bleek een enorme klus om al die verschillende handen te vilten. Parade, het hemdenproject, is hieruit voortgekomen.’

> Naar de website van Mieke Werners

Hoofdbeeld: Mieke Werners, Kanten hemd.

Meer

Natalie Ciccoricco borduurt zich een weg door Covid-19
Van panty's tot tuinslangen: Anna-Lena Sauer upcyclet het
Liz Pead transformeert oude hockeykleding tot landschapskunst
Corina Koolen: breiende alleskunner zonder poeha
0 items | € 0